Wereldjes

Rode kater

(een oefening in relativeren)

Laatst beleefde ik een open deur inzicht. Dat inzicht luidt: elke soort heeft zo zijn eigen wereldje. Daarmee doel ik niet op alle verschillende circuitjes en ons-kent-onderonsjes, maar denk ik aan die enorme verscheidenheid van dier- en plantenwereldjes, waar onderling ook van alles gaande is. Wat een fijn inzicht is het; het relativeert de boel enorm.

Achtbaan

Er is een onbevattelijk groot universum met ontelbare sterrenstelsels: geen idee wat er allemaal gebeurt, maar dat er van alles gebeurt, staat buiten kijf. Allerhande moleculen in verschillende combinaties van atomen zweven langs zwarte gaten en botsen bij het passeren tegen allerlei andere moleculen en ruimteschroot. Ontelbare lussen in een eeuwig rijdende achtbaan.

(Toen ik een keer het intermenselijke verkeer niet meer overzag, kreeg ik de tip om in gedachten steeds verdere omtrekken te maken: vanaf het plafond, voorbij het dak, vanaf de Rijnbrug steeds verder de hoogte in tot ik ergens in een puntje tussen de sterren was beland. ‘Laat ze maar’, kreeg ik als advies mee. Dat lukte tot ik weer vaste grond onder de voeten kreeg en met de bus naar huis moest)

Ook in het klein is overal ontzettend veel aan de hand. In verschillende spanwijdtes, van klein tot groot, in korte en lange levens. Al is wat kort of lang is maar net hoe je er tegenaan kijkt; welk ritme bij jouw soort hoort. Hoe dan ook, het leven ontpopt en doet. Het ontstaat en het sterft. Elke variatie met zijn eigen codes.

Elkaar ruimte gunnen

Of je nu in een roedel wolven bent of in een mierenkolonie: elk wereldje heeft zo zijn eigen gedoetjes, stel ik me zo voor. En dat is niet per se een pretje. Je zult maar toevallig de vleugelloze werkster zijn. Of een alsmaar uitdijende koningin. Stel je al die karakters en persoonlijkheden in zo’n mierenvolkje eens voor. Hoeveel ruimte gunnen zíj elkaar?

Of stel je voor dat je bent geboren als een gierzwaluw en niet bepaald sportief. Die vogels vliegen weleens tien maanden achtereen. Ze doen werkelijk alles fladderend, zelfs het bedrijven van de liefde. Te kijk voor iedereen.

Onderaards stelsel

Of wat te denken van al dat sappige gefluister tussen bomen? Ook zij schijnen met elkaar te communiceren in een schimmig onderaards stelsel van verbonden draden. Wat wordt daar zoal besproken? Wat nou als de een de ander niet ligt? Er is daar – naar mijn weten- geen deur om hard achter je dicht te slaan als je het even gehad hebt met elkaar. Je zult maar die beuk zijn die in de schaduw van een andere boom verpietert; omdat net jij tussen die megalomane eik en breedgeschouderde tamme kastanje bent geland. Je hebt het er maar mee te doen. Vind daar maar eens de ruimte voor je eigen ontplooiing.

Dus, ja…

Of …

Je hoeft er niets voor te doen

Je bent een rode kater en je krijgt een bak liefde over je heen. Zomaar. Terwijl je de hele dag niets hoeft en doet, behalve af en toe verlekkerd zuchten terwijl je wat rekt en strekt. Zo kan het ook natuurlijk.

Leave a reply


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.